Tuesday, September 28, 2021

 Heeft de ‘Chan-bank’ reeds bij aanvang haar krediet verspeeld?

Wat door de President van de Republiek Suriname eerder werd genoemd het Diasporafonds en in de volksmond ook wel de ‘Chan-bank’ is genoemd, is uiteindelijk het Diaspora Instituut Nederland (DIN) geworden. De president beroept zich op 1 miljoen inwoners in den vreemde die blijkbaar belangstelling zouden hebben om via dit instituut geld beschikbaar te maken voor Suriname. Het zal voor een ieder duidelijk zijn dat de regering Santokhi-Brunswijk in Suriname snel en veel geld nodig heeft. Dit geld is niet alleen nodig om de lopende uitgaven en aan de lopende aflossingsverplichtingen te voldoen, maar ook om een resultaat te bereiken tijdens deze regeerperiode.

Diasporabank in Nederland mogelijk en noodzakelijk?

De aangetrokken diaspora-adviseurs van de Surinaamse regering hebben aanbevolen om in Nederland een Diasporabank op te zetten, om zo geldstromen uit het buitenland aan te trekken. Niet alleen is dit onverstandig, maar ook kansloos. Onverstandig om een bank in Nederland te vestigen, omdat dit aangeeft dat men zelf weinig vertrouwen heeft in het Surinaams bankwezen en het toezicht van de Centrale Bank van Suriname. Kansloos, omdat men er niet in zal kunnen slagen om de vereiste vergunning te verkrijgen en vervolgens te kunnen voldoen aan het toezicht van De Nederlandsche Bank. Niet alleen zal men gekwalificeerde bestuurders en toezichthouders van onbesproken gedrag moeten voordragen ter goedkeuring door de Nederlandse toezichthouders, en dus niet op voorhand bevriende relaties zonder de gebruikelijke kwalificaties, de instelling zal ook aan de solvabiliteits- en liquiditeitseisen moeten voldoen en aanwijzingen van de toezichthouder De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten moeten opvolgen. Als dit laatste niet gebeurt kunnen er lastgevingen onder dwangsom worden uitgericht, en dan spreken we over forse bedragen.

Ook het verscherpt toezicht op verdachte transacties en de eisen aan cliënt en transactie-identificatie zullen het bestaan van een Diasporabank in Nederland niet eenvoudig maken, en op zijn minst erg kostbaar. Waarom er niet gedacht is aan een virtuele bank in Suriname die wereldwijd opereert is onduidelijk, maar op zijn minst opmerkelijk. Ook het vestigen van een Surinaamse bank in Nederland als groeimodel is ook niet in kaart gebracht.

De vraag is bovendien, waarom zou iemand geld willen investeren in een Diasporabank van de Surinaamse overheid, als er voldoende alternatieven zijn? Bijvoorbeeld via obligaties of aandelen in een Surinaamse onderneming, en het geld overmaken via een reguliere bankrekening, of de alternatieve geldtransactiekantoren die wereldwijd opereren.

Een bank en daarmee het aantrekken van fondsen staat en valt met vertrouwen van financiers. Niet alleen een betrouwbaar management, toereikend toezicht en transparante communicatie en verantwoording zijn essentieel voor vertrouwen in een bank. Ook een betrouwbare en integere overheid zijn nodig om dit vertrouwen op te bouwen. Dit zal echter tijd kosten, aangezien het verleden heeft laten zien dat men dit vertrouwen beschaamd heeft. En natuurlijk willen investeerders uiteindelijk rendement zien op basis van het risico dat zij willen nemen.

Over de Diasporabank zijn overigens geen verdere details verstrekt t.a.v. doelstellingen, operaties, bedrijfsvoering, vorm en opzet. Ook de risico’s voor de overheid zijn niet in kaart gebracht, als het uiteindelijk toch niet van de grond komt. Daarmee lijkt het meer op een proefballon waarover niet al te veel is nagedacht, en minder een serieus plan om structureel te werken aan een continue financiering binnen een betrouwbaar en goed functionerend banksysteem.

Bestaande initiatieven en structuren buiten spel

Er zijn al initiatieven en structuren die het investeren en aantrekken van financieringen in Suriname moeten vergemakkelijken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het
Competitive Unit Suriname (CUS) dat sinds 2012 werkzaam bestaat, of de Kamer van Koophandel en Fabrieken die daar een rol in heeft. Waarom deze buiten spel worden gezet en daarmee niet gebruik wordt gemaakt van opgedane kennis en ervaring, blijft een vraag. Dit gebrek aan vertrouwen is niet constructief voor dergelijke nieuwe initiatieven als een Diasporabank, die dan ook weer op hun beurt met wantrouwen worden bezien.

Bovendien kan de vraag gesteld worden of de Surinaamse overheid niet moet werken aan het faciliteren van het binnenhalen van het kapitaal door het wegnemen van obstakels t.a.v. het vestigingsklimaat. Denk hierbij aan het snel verkrijgen van een vergunning, een goed toegankelijke overheid (e-government) en adequate infrastructuur. Het bedrijfsleven in Suriname kan dan zelf de contacten leggen op basis van een goed investeringsklimaat. Te vaak blijkt namelijk dat de overheid juist zelf het aantrekken van buitenlands kapitaal en binnenlandse groei bemoeilijkt.

Door zelf te zoeken naar fondsen trekt de overheid duidelijk een te grote broek aan, en laat ze kansen voor de versterking van het bedrijfsleven liggen. Uiteindelijk zijn het namelijk ondernemers die groei van de economie kunnen bewerkstelligen en duurzaam laten zijn met een lange termijnvisie, los van politieke korter termijn ambities.

Eigen adviseurs en geen leiderschap

Interessant aan de regering Santokhi-Brunswijk is dat de president zelf alle initiatieven neemt en ook onder zijn leiding wil hebben. Deze vorm van micro-management is niet wat je van een staatshoofd zou verwachten. Het staatshoofd zou leiderschap moeten tonen en het kabinet zou de uitvoering moeten doen van de regeringsplannen. De werkwijze die de President hanteert heeft een groot afbreukrisico voor hemzelf maar ook voor de Republiek Suriname.

Natuurlijk, elk falen, of uitblijven van succes zal op de president zelf afstralen. Het is immers zijn idee en hij voert het uit. Daarnaast blijven bij uitvoeringsproblemen regeringslieden buitenschot. De president maakt zich kwetsbaar door veel zaken in detail te willen regelen, wat natuurlijk het gevaar van fouten heeft en kan leiden tot bijziendheid, waardoor het groter geheel uit het oog wordt verloren.

Dit brengt mij op een ander punt. Waarom wordt gebruik gemaakt van adviseurs die zichzelf opwerpen en hun deskundigheid en geschiktheid nog moeten aantonen? Het is buitengewoon onverstandig en inefficiënt om aanwezige deskundigheid en ervaring niet te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan President Venetiaan, oud-minister Hildenberg of de voormalig president van de Surinaamse Centrale Bank, de heer Telting. Zij kunnen als minister van staat of deskundige uitstekend advies geven en zijn bekend met de politieke dimensies en de agenda’s van adviseurs.

Wel een Instituut geen Diasporafonds of Diasporabank?

Het eerste project dat onder leiding van de voorzitter Kathleen Ferrier is een pakkettenproject. Wat Suriname heeft met pakketten is mij altijd een raadsel gebleven. Ik zelf denk aan zo’n kerstpakket waarin producten zitten die je altijd laat staan tot ze over de vervaldatum zijn, of je moet weggeven omdat je het nooit gaat gebruiken (‘..ik lust dat ding niet..’). Bovendien zullen uiteindelijk de leveranciers de lachende derde zijn, die goederen tegen ‘kostprijs’ zullen leveren; maar altijd de volle buit zullen pakken.

Zonder aan te geven wanneer en hoeveel pakketten er zullen worden gedistribueerd in Suriname, staat bij het Diaspora Instituut Nederland wel vast dat het producten zijn die vervaardigd zijn in Suriname. Het is volkomen onbegrijpelijk waarom zo omslachtig steun wordt gegeven via pakketten door een instelling in Nederland aan inwoners in Suriname. Naast de kosten van distributie en transport die ten laste van de middelen gaan, is het verstrekken van een waardebon zoveel eenvoudiger, effectiever en net zo goed te controleren. Wellicht is dat toch minder sexy dan een systeem van pakketten. Ziet u het al voor u dat op 25 november mevrouw Ferrier en mevrouw Santokhi een pakket overhandigen als hoogtepunt van het Diaspora Instituut?

 

@Gabbar Singh

No comments:

Post a Comment

  Heeft de ‘Chan-bank’ reeds bij aanvang haar krediet verspeeld? Wat door de President van de Republiek Suriname eerder werd genoemd het D...